Het woord honeymoon roept vandaag meteen beelden op van romantische reizen, witte stranden en suikervolle dagen na de bruiloft.
Maar de oorsprong van die benaming is minder eenduidig dan je zou denken. Zoals vaak met oude woorden loopt er geen rechte lijn door de geschiedenis: er bestaan meerdere verklaringen, sommige hardnekkige mythes die zich door de eeuwen heen hebben vastgezet, andere taalkundig sterker onderbouwd. Het is een verhaal dat zich laag voor laag ontvouwt.
De taalsporen: honing + maan
De meest geaccepteerde verklaring ligt in het vroegmoderne Engels.
Daar werd honeymoon voor het eerst gebruikt in de 16e en 17e eeuw. Het woord bestond uit twee delen:
-
Honey verwees naar de zoete, gelukzalige beginfase van het huwelijk. Net zoals honing een symbool was van genot en overvloed, zo werd de eerste periode van samenleven gezien als een tijd van tederheid en vreugde.
-
Moon stond voor de maan en haar cyclus. De maan is vol en helder, maar neemt na verloop van tijd weer af. Zo werd ook het huwelijk gezien: de eerste maand is zoet als honing, maar die intensiteit slinkt, net zoals de maan na haar volheid langzaam verdwijnt.
Het woord droeg dus een dubbelzinnige knipoog in zich: romantisch en hoopvol, maar tegelijk realistisch en licht ironisch.
Het erkende dat de eerste weken van een huwelijk vaak de meest zoete zijn, maar dat het leven daarna weer zijn gewone ritme hervindt.
De mede-mythe: drinken voor of na de bruiloft
Naast deze taalkundige verklaring bestaan er verhalen die het woord verbinden met mede, honingwijn.
In verschillende varianten hoor je dat bruid en bruidegom vóór hun huwelijksnacht mede dronken om “in stemming” te komen, of dat ze gedurende dertig dagen na de bruiloft dagelijks mede kregen aangeboden — een echte “honingmaand.”
Deze verhalen klinken aantrekkelijk en zijn cultureel voorstelbaar, want mede had in veel streken een feestelijke status.
Toch ontbreekt hard bewijs dat dit gebruik de directe bron van het woord honeymoon is.
Waarschijnlijk hebben zulke tradities de metafoor versterkt, maar niet veroorzaakt.
Noords en middeleeuws: honingmaand als gebruik
Er zijn ook verwijzingen naar Germaanse en Noordse tradities.
Daar gaf de familie de jonge echtgenoten soms een voorraad mede mee voor de eerste maand van hun huwelijk.
Het idee was dat ze in die periode konden genieten van overvloed en vruchtbaarheid.
Dit sluit thematisch mooi aan bij het beeld van honey + moon, maar ook hier geldt dat overtuigend taalkundig bewijs ontbreekt.
De uitdrukking zelf is pas in het Engels gestold, niet in het Oudnoords.
Van woord naar gebruik: de huwelijksreis
Pas in de 19e eeuw kreeg honeymoon de betekenis die we vandaag kennen: een reis na de bruiloft. In het Nederlands noemen we dat de “huwelijksreis.”
Het woord bleef dezelfde metafoor dragen — de zoete beginfase van het huwelijk — maar kreeg er een concreet ritueel bij.
Het werd een tijd waarin het paar samen weggaat, een nieuwe rol verkent, en even alleen zoet mag zijn, los van de dagelijkse omgeving.
De kern
Alles wijst erop dat honeymoon oorspronkelijk een beeldspraak was: een periode zoet als honing, maar van voorbijgaande intensiteit, zoals de maan die na haar volheid weer afneemt.
De verhalen over mede en oude tradities kleuren de geschiedenis, maar verklaren het woord niet sluitend.
Het moderne idee van de huwelijksreis kwam pas later, en gaf de term een nieuwe, praktische invulling.
Wat dit verhaal zo boeiend maakt, is dat taal altijd meer is dan een etiket.
Woorden bewaren smaken van plekken, tijden en gewoonten.
Soms zijn ze zoet als honing, soms bleek als maanlicht, maar altijd veelzeggend.
Honeymoon is daar een prachtig voorbeeld van: een woord dat tegelijk romantiek, realisme en traditie in zich draagt, en dat zich door de eeuwen heen heeft aangepast aan de manier waarop mensen hun liefde vieren.
Reactie plaatsen
Reacties