Er zijn momenten waarop werk verandert in ritueel.
Waarin handelingen die eenvoudig lijken — hakken, kraken, schrapen — plots een deur openen naar een diepere laag van jezelf.
Zo voelde het uithollen van mijn boomstam.
Het ritme van het gereedschap, het tokken, het scheuren van het hout…
Het bracht me in een trance die ik alleen kan vergelijken met een sjamanistische reis.
Niet naar een andere wereld, maar naar het midden van de boom.
Naar het hart dat ik eruit haalde, met de belofte dat er ooit bijen zouden wonen.
Elke slag was een slag naar binnen. Elke kraak een barst in iets ouds dat losgelaten mocht worden.
Het was alsof de boom mij uitholde, evenzeer als ik hem.
En ergens in dat ritme, in dat oeroude geluid, voelde ik: dit is niet zomaar werk.
Dit is een rite.
Een overgang.
Een herinnering aan wie ik ben en waarom ik hier ben.
en ondertussen zitten er bijen in, ...
Reactie plaatsen
Reacties