In maart kreeg de bijenboomstam op de Strackxhoeve zijn plaats. Een uitgeholde boomstam, geïnspireerd op oude imkertradities waarbij bijen in een natuurlijke holte mochten wonen en hun nest volgens hun eigen wijsheid konden opbouwen. Voor mij was dit meer dan een experiment. Het was een droom die vorm kreeg.
Twee maanden later gebeurde iets wonderlijks.
In mei koos ik een zwerm om de boomstam als thuis te nemen, ik liet het 'inlopen' in de bijenboom.
Het was een bijzonder moment. Een vrije gemeenschap van bijen die zelf haar woning had ingelopen. Tijdens de zomer groeide het volk uit tot een sterk en levendig geheel. De bijen bouwden prachtige raten uit. Elke keer wanneer ik de boom bezocht, voelde ik dankbaarheid. Het leek alsof de boom opnieuw tot leven was gekomen.
Onlangs keerde ik terug naar de bijenstand.
Wat ik aantrof, had ik niet verwacht.
De boom was stil.
Niet de rust van een volk dat zich heeft teruggetrokken in de wintercluster. Niet de stille aanwezigheid die je soms voelt wanneer een volk zich diep in zijn woning bevindt.
Dit was een andere stilte.
Een leegte.
De raten hingen nog in de boomstam, mooi uitgebouwd en vrijwel intact. Maar er was geen broed meer. Geen honing. Geen stuifmeel. Geen levende bijen.
Slechts enkele dode bijen op de bodem en de wasraten die als een herinnering achterbleven.
Ik bleef er een tijd naar kijken.
Hoe kon een sterk volk zomaar verdwijnen?
Wat mij bovendien opviel, was dat de planken waarmee de boomstam afgesloten was niet meer zaten zoals ik ze had achtergelaten. Ze stonden scheef en leken verplaatst te zijn geweest. Het gaf mij het gevoel dat iemand in de boomstam had gekeken.
Of dat werkelijk gebeurd is, weet ik niet.
Maar de gedachte liet mij niet los.
Heeft iemand de boom geopend?
Heeft dat voor onrust gezorgd?
Kan een verstoring van het nest hebben bijgedragen aan wat later gebeurde?
Ik heb geen antwoorden, alleen vragen.
En misschien is dat nog het moeilijkste.
Wat vertelt de wetenschap?
In een gesprek met andere natuurimkers kwam het fenomeen van de zogenaamde verdwijnziekte ter sprake, ook bekend als Colony Collapse Disorder.
Volgens natuurimker Bas Strijker is de naam eigenlijk misleidend. De bijen verdwijnen niet zomaar. Vaak sterven ze geleidelijk als gevolg van verzwakking. Werksters verlaten het nest en sterven buiten de kast, waardoor er opvallend weinig dode bijen worden teruggevonden.
De mogelijke oorzaken zijn talrijk en meestal werken ze samen.
Een tekort aan stuifmeel kan leiden tot eiwitgebrek. Een gebrek aan bloemen kan zorgen voor energietekort. Pesticiden en herbiciden kunnen het immuunsysteem van de bijen verzwakken of hun oriëntatievermogen aantasten. Daarnaast spelen varroamijten en de virussen die zij overbrengen vaak een belangrijke rol.
Wat mij vooral bijbleef uit het gesprek, was dat de echte oorzaak bijna nooit met zekerheid vastgesteld kan worden. Meestal is het een samenspel van verschillende verzwakkingen die elkaar versterken totdat een volk het uiteindelijk niet meer redt.
Toch wringt er iets.
Wanneer ik naar de lege boomstam kijk, blijft het moeilijk om één verklaring te omarmen. Omdat er simpelweg zo weinig sporen achterbleven.
Meer dan één volk
Wat deze gebeurtenis nog ingewikkelder maakt, is dat dit niet het enige verloren volk op deze locatie was.
Ook drie andere volkjes op de Strackxhoeve verdwenen.
Dat gegeven houdt mij bezig.
De Strackxhoeve is immers een regeneratieve hoeve. Er wordt gewerkt aan bodemherstel, biodiversiteit en een landbouw die opnieuw samenwerkt met natuurlijke processen. Net daarom zou je verwachten dat zo'n omgeving kansen biedt aan bestuivers.
Maar bijen leven niet binnen de grenzen van één perceel.
Een bij vliegt kilometers ver op zoek naar nectar en stuifmeel. Ze kent geen eigendomsgrenzen en geen kadastrale lijnen. Het landschap van een bijenvolk is veel groter dan de hoeve waarop de kast staat.
Daarom stel ik mij vragen.
Niet over de goede bedoelingen van de hoeve, want die twijfel ik niet in het minst aan.
Wel over het grotere landschap rondom de hoeve.
Is er voldoende voedsel beschikbaar gedurende het hele seizoen?
Is er voldoende diversiteit aan bloeiende planten?
Welke gewassen liggen binnen het vlieggebied van de bijen?
Worden er in de omgeving nog pesticiden of herbiciden gebruikt?
Welke invloed heeft de moderne landbouw, ook al gebeurt die misschien enkele kilometers verderop?
Ik weet het niet.
Maar het zijn vragen die we ons volgens mij wel moeten blijven stellen.
Misschien vertelt het verdwijnen van verschillende volken ons iets over de toestand van het landschap als geheel.
Het verlies
Toch gaat dit verhaal voor mij niet alleen over mogelijke oorzaken.
Het gaat ook over verlies.
Iedere imker kent het verdriet van een gestorven volk. Hoe langer je met bijen werkt, hoe meer je beseft dat liefde voor bijen en verlies onvermijdelijk met elkaar verbonden zijn.
Maar dit voelde anders.
Dit was het eerste volk dat vrijwillig zijn intrek had genomen in mijn bijenboom.
Het eerste volk dat van een uitgeholde stam weer een levende boom maakte.
Wanneer ik naar de lege raten kijk, zie ik nog steeds hun werk. Elke cel werd gebouwd door een bij. Elke raat vertelt het verhaal van een zomer vol activiteit, samenwerking en levenskracht.
En toch is het leven verdwenen.
Dat contrast raakt mij diep.
De boom is er nog.
De raten zijn er nog.
Maar de aanwezigheid is weg.
Een afscheid op meerdere niveaus
Misschien kwam dit verlies ook zo hard binnen omdat er op de Strackxhoeve nog iets anders verandert.
De boer vertrekt. Op hetzelfde moment dat ik een verlaten bijenboom aantref, neemt ook een mens afscheid van een plek waarmee hij jarenlang verbonden was. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is daar waarschijnlijk geen verband tussen.
Maar niet alles wat betekenis heeft, laat zich meten. Sommige plekken dragen een eigen verhaal. Soms voel je dat een hoofdstuk wordt afgesloten nog voor je begrijpt waarom. Misschien projecteer ik dat gevoel op wat er gebeurd is. Misschien niet. Ik weet alleen dat de lege boomstam en het nieuws van het vertrek van de boer voor mij samenvoelden als een afscheid.
Alsof de plaats zelf in verandering is.
De blik van de natuurimker
Binnen het natuurimkeren leren de bijen ons om niet alles te willen controleren. We observeren. We begeleiden. We proberen te begrijpen.
Maar uiteindelijk blijven de bijen wilde wezens met hun eigen geheimen.
Binnen de antroposofische visie wordt het bijenvolk vaak gezien als een wezen op zichzelf. Niet als duizenden losse insecten, maar als één levend organisme dat zich uitdrukt via zijn bijen.
Een boomholte versterkt dat gevoel nog. Boom en bijenvolk vormen samen iets bijzonders. Alsof de kracht van de aarde en de wijsheid van de bij elkaar ontmoeten.
Misschien voelt het verlies daarom zo groot. Alsof niet alleen een volk verdwenen is, maar alsof een stukje ziel uit de boom is weggetrokken.
En toch geloof ik niet dat het verhaal hier eindigt.
De boom staat er nog steeds.
De raten hangen er nog steeds.
Ze wachten.
Misschien op een volgende lente.
Misschien op een nieuwe zwerm.
Misschien op een nieuw hoofdstuk.
Tot die tijd blijft de boomstam een herinnering aan een bijzonder eerste volk dat ervoor koos om deze plek met leven te vullen. En hoewel de stilte nu overheerst, hoor ik ergens tussen de raten nog altijd de echo van hun gezoem. En mijn droom blijft nog voortleven.
Misschien is dat uiteindelijk wat bijen ons leren: dat leven en verlies onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat niet elk mysterie opgelost hoeft te worden. En dat we soms, ook zonder antwoorden, mogen blijven luisteren naar wat de natuur ons probeert te vertellen.
Reactie plaatsen
Reacties