De laatste tijd komt de egel opvallend vaak in mijn veld.
Niet één keer, maar herhaaldelijk, op verschillende manieren, alsof hij telkens even aan mijn mouw komt trekken.
Eerst dacht ik dat het toeval was, maar wanneer een dier zich zo nadrukkelijk toont, begint er iets in mij te luisteren.
Alsof de natuur een zacht signaal geeft: “Kijk even. Hier zit iets voor jou.”
Wat me raakt aan de egel is hoe hij beweegt tussen kwetsbaarheid en bescherming.
Hij draagt zijn zachtheid aan de binnenkant en zijn grenzen aan de buitenkant, zonder strijd, zonder drama.
Hij rolt zich op wanneer het nodig is, niet uit angst, maar uit wijsheid. Hij bewaart zijn energie, zijn warmte, zijn kern.
En telkens wanneer hij in mijn bewustzijn verschijnt, voel ik dezelfde uitnodiging: bewaak je ritme, wees trouw aan je gevoeligheid, en bescherm wat voor jou kostbaar is.
Maar de egel komt niet alleen als innerlijke spiegel.
Hij brengt ook een verhaal mee over de wereld waarin we leven.
In Vlaanderen en de rest van Europa gaat het al jaren moeilijk met hem. Zijn leefgebied wordt kleiner en versnipperd, tuinen worden strak opgeruimd, verkeer en pesticiden maken zijn leven gevaarlijk.
En daarbovenop duiken er ziektes op die hem extra kwetsbaar maken.
De laatste jaren wordt steeds vaker een ernstige huidinfectie vastgesteld die veroorzaakt wordt door Corynebacterium ulcerans, een bacterie die diepe, pijnlijke zweren veroorzaakt.
Daarnaast werd in Vlaanderen een nieuw circovirus ontdekt bij egels, waarvan de impact nog niet volledig duidelijk is, maar dat opnieuw wijst op een populatie die onder druk staat.
Het raakt me dat een dier dat zo zacht en onopvallend leeft, zoveel te verduren krijgt.
En misschien is dat precies waarom hij nu zo vaak bij me opduikt.
Omdat hij iets vertelt over de staat van onze aarde, maar ook over de staat van onze eigen binnenwereld.
Want een tuin waar een egel kan leven, is een tuin waar ook bijen, kruiden, bodemleven en stilte hun plek vinden. Het is een plek waar de aarde kan ademen.
En misschien geldt dat ook voor ons: wanneer wij ruimte maken voor rust, voor ritme, voor bescherming, ontstaat er opnieuw adem in ons eigen systeem.
De egel vraagt niet om veel.
Een doorgang in een tuinafsluiting.
Een hoop bladeren die mag blijven liggen.
Geen gifstoffen in de bodem.
Een waterbakje in droge tijden.
Kleine gebaren die een wereld van verschil maken.
En tegelijk vraagt hij om aandacht voor dat deel in ons dat soms even wil oprollen, dat rust zoekt, dat niet altijd zichtbaar hoeft te zijn om waardevol te zijn.
Misschien komt de egel nu zo vaak omdat hij weet dat ik luister.
Omdat mijn werk met bijen, kruiden en ritmes in dezelfde laag beweegt als zijn stille aanwezigheid.
Omdat hij me herinnert aan iets dat ik al wist, maar soms vergeet: dat zachtheid en bescherming elkaar niet tegenspreken.
Dat traagheid een kracht is.
Dat de aarde spreekt via de kleinsten.
En dus geef ik hem aandacht.
Niet alleen als symbool, maar ook als wezen dat onze zorg nodig heeft.
Want wanneer we goed zijn voor de egel, zijn we goed voor zoveel meer.
En misschien, heel misschien, ook voor onszelf.
Reactie plaatsen
Reacties