Er zijn verhalen die je niet bedenkt.
Ze gebeuren je.
Ze kiezen jou.
🐝
Dit is zo’n verhaal.
Het begint niet bij de bijen.
Het begint bij mijn vader.
De imker die mij voorging
Mijn vader was imker. Niet zomaar een imker, maar iemand die met de bijen leefde.
Als kind stond ik naast hem, luisterend naar zijn zachte commentaar, zijn fluisterende gesprekken met de volken.
Hij keek niet alleen naar de bijen — hij zag ze.
Toen hij stierf, bleef het stil. Te stil.
De bijenkasten stonden er nog, maar ik kon er niet naartoe.
Het was herfst, en alles in mij voelde zwaar.
Mijn vader weg.
En de bijen… ja, die ook.
Ik wist dat bijen soms met de imker meegaan naar het hiernamaals. Ik had dat ooit gelezen.
En ergens voelde het alsof dat precies was wat er gebeurd was.
Een jaar van leegte
Een jaar lang raakte ik de kasten nauwelijks aan.
Mijn oom en broer hadden ze vastgetimmerd aan boomstammen, sommige waren beschadigd, andere vol muizen of mieren.
Het was een rommelige, pijnlijke erfenis.
Toen de lente kwam, besloot ik: Ik ga opruimen. I
k maak alles klaar.
En dan, eind mei, zoek ik wel een nieuwe zwerm.
Ik verwachtte leegte.
Ik verwachtte verlies.
Ik verwachtte niets.
De kast die niet leeg was
Ik opende kast na kast.
Wasmot. Muizen. Mieren.
Leegte.
Tot ik een kast opende — bruut, zonder verwachting — en ineens:
Leven. Warmte. Beweging.
Een volk.
Een prachtig, sterk volk. Met een ongemerkte koningin — dus niet van mijn vader.
Een volk dat er volgens alle logica niet had kunnen zijn.
Wat ik voelde in mijn lichaam? Dat kan ik nauwelijks beschrijven.
Het was hoop. Het was ongeloof.
Het was een vraag die door mijn hele wezen trok: Bestaat er een wereld na de dood waar dit vandaan komt?
Het voelde alsof mijn vader zei: “Hier. Jij gaat verder.”
En ik wist: dit is geen toeval. Dit is een keuze. Niet van mij — maar van de bijen.
Hoe ik opnieuw begon
Vanaf dat moment ben ik opnieuw gaan imkeren.
Niet vanuit kennis.
Niet vanuit controle.
Niet vanuit de technische logica die ik in de cursus had geleerd.
Maar vanuit iets anders.
Iets dat mijn vader me al die jaren had voorgeleefd:
Luisteren. Kijken. Voelen. Observeren. Vertragen. Vertrouwen.
Ik begon te merken dat bijen je leren om mens-af te worden.
Om deel te worden van iets groters.
Om te verdwijnen in het gezoem, de geur, de warmte van het volk.
Wanneer ik bij de kasten sta, ben ik geen individu.
Ik ben natuur.
Ik ben energie.
Ik ben aanwezig.
De bijen kozen mij
Ik geloof — omdat ik het heb meegemaakt — dat bijen kiezen bij wie ze blijven.
Dat ze je iets willen leren.
Dat ze je uitnodigen om een pad te bewandelen dat ouder is dan woorden.
En dan is het aan jou om te kiezen: Ga je mee? Of niet?
Ik koos ervoor om mee te gaan.
En sindsdien houden de bijen mij net zo goed als ik hen.
Reactie plaatsen
Reacties