Wanneer mensen mij vragen hoe ik imker, verwachten ze vaak een lijstje.
Een stappenplan.
Een methode.
Maar mijn manier van imkeren past niet in een schema.
Ze past zelfs niet in woorden.
Ze gebeurt.
Ze ontstaat.
Ze ontvouwt zich elke keer opnieuw, in het moment, in het lichaam, in de zintuigen.
Dit is hoe ik met de bijen werk — niet als techniek, maar als aanwezigheid.
Aankomen: eerst mezelf, dan de bijen
Wanneer ik naar de bijen ga, begin ik nooit meteen. Ik kom aan.
Ik laat mijn lichaam landen. Ik laat mijn adem zakken. Ik laat de dag van me afglijden.
En in stilte — zonder woorden — laat ik weten dat ik er ben.
Niet als imker. Maar als mens. Als deel van hetzelfde veld.
Het is een klein ritueel, bijna onzichtbaar. Maar het verandert alles.
Rook als ritme, niet als noodzaak
Ik gebruik rook. Niet omdat het moet. Niet omdat de boeken het zeggen. Maar omdat het deel is van het ritme.
Het is een gebaar. Een ademhaling. Een manier om te zeggen:
“Ik kom in vrede. Ik kom zacht.”
De rook is geen wapen. Het is een uitnodiging tot rust.
Kijken zonder te zoeken
Wanneer ik een kast open, kijk ik niet om iets te vinden. Ik kijk om te zien.
Dat is een groot verschil.
Ik kijk naar:
-
de beweging van het volk
-
de manier waarop ze zich verdelen
-
de rust of de spanning in hun lichaam
-
de glans van de raten
-
de dans van de werksters
-
de ademhaling van de kast
Ik kijk niet om te controleren. Ik kijk om te begrijpen.
Luisteren naar het gezoem
Het gezoem van een volk is een taal op zichzelf.
Er is:
-
het diepe, warme gezoem van tevredenheid
-
het nerveuze gezoem van onrust
-
het hoge gezoem van spanning
-
het zachte gezoem van harmonie
-
het bijna stille gezoem van een volk dat in zichzelf gekeerd is
Ik luister niet met mijn oren alleen. Ik luister met mijn huid, mijn borst, mijn adem.
Het gezoem vertelt me meer dan elk raam dat ik optil.
Ruiken wat leeft
De geur van een volk is een van de meest intieme vormen van waarnemen.
Er is de geur van:
-
verse was
-
nectar
-
propolis
-
warmte
-
gezondheid
-
soms ook: zorg, spanning, verandering
Een gezonde kast ruikt als een thuis. Een kast die iets nodig heeft, ruikt anders — subtiel, maar voelbaar.
Mijn neus is een van mijn beste instrumenten.
Voelen met de handen en het lichaam
Wanneer ik een raam optil, voel ik:
-
de temperatuur
-
de trilling
-
de energie
-
de reactie van het volk op mijn aanwezigheid
Soms voel ik dat ik snel moet werken. Soms voel ik dat ik mag blijven, kijken, ademen.
Het volk bepaalt het tempo. Niet ik.
Observeren is mijn belangrijkste handeling
Ik observeer meer dan ik ingrijp. Ik luister meer dan ik beslis. Ik voel meer dan ik plan.
En precies daardoor weet ik wanneer ik wél iets moet doen.
Niet omdat een boek het zegt. Niet omdat een protocol het voorschrijft. Maar omdat het volk het aangeeft.
De stille ruimte tussen mens en bij
Er is een moment — soms kort, soms lang — waarop alles stilvalt.
Een moment waarop:
-
ik niet meer denk
-
de bijen niet meer reageren
-
we samen in één veld van aanwezigheid staan
Dat moment is heilig. Niet in religieuze zin, maar in de zin van: dit is leven in zijn puurste vorm.
Het is het moment waarop ik voel dat ik geen imker ben die bijen houdt, maar een mens die mag meebewegen met een oud, wijs wezen.
Waarom ik zo werk
Ik werk zo omdat het klopt.
Omdat het waar is.
Omdat het de enige manier is waarop ik de bijen recht kan doen.
En omdat ik heb geleerd — door ervaring, door verlies, door verwondering — dat de bijen mij net zo veel leren als ik hen.
Mijn zintuigen zijn mijn kompas.
Mijn lichaam is mijn instrument.
Mijn aanwezigheid is mijn bijdrage.
En de bijen?
Die leiden de weg.
Reactie plaatsen
Reacties