Ik ben beginnen imkeren in een tijd die nu bijna mythisch lijkt: een tijd zonder varroamijt, zonder behandelschema’s, zonder angst.
Ik stond naast mijn vader. Hij opende een kast zoals je een boek opent dat je al honderd keer gelezen hebt, maar dat toch altijd iets nieuws vertelt.
Hij keek, luisterde, voelde. En ik leerde dat imkeren niet begint bij ingrijpen, maar bij aanwezig zijn.
Mijn vader had zijn volken ver van andere imkers staan.
Niet omdat hij wilde afschermen, maar omdat hij wist dat bijen rust nodig hebben.
Hij behandelde niet — niet uit principe, maar omdat het niet nodig was.
De bijen deden wat bijen doen: bouwen, zwermen, herstellen, zichzelf dragen.
Toen varroa later opdook, zei hij: “Chemie is nooit goed voor bijen. Maar soms moet je even helpen tot ze hun eigen weg terugvinden.”
Dat zinnetje is blijven hangen. Het was geen pleidooi voor behandelen, maar een erkenning van een overgangstijd.
Nu, jaren later, voel ik hoe zijn manier van kijken mijn fundament is geworden.
Natuurlijk imkeren is voor mij geen terugkeer naar vroeger, maar een terugkeer naar vertrouwen.
Naar de wijsheid van een volk dat al miljoenen jaren bestaat.
Imkeren is de bij kennen. En telkens weer "bij"-leren — misschien komt het woord daar wel vandaan.
Reactie plaatsen
Reacties