Er zijn vragen die zich niet laten beantwoorden met een microscoop, een thermometer of een wetenschappelijk artikel. Vragen die zich niet aandienen in het hoofd, maar in het hart. Dit is zo'n vraag.
Is de Imme een lichtwezen?
Wanneer ik die vraag stel, bedoel ik niet of een bij letterlijk licht uitstraalt. Ik bedoel iets anders. Iets wat moeilijker te benoemen is. Een kwaliteit van aanwezigheid. Een gevoel van helderheid. Een trilling die je soms kunt ervaren wanneer je in stilte bij een volk aanwezig bent.
We leven in een tijd waarin vooral telt wat meetbaar is. Wat we kunnen wegen, analyseren en bewijzen. En dat heeft ons veel gebracht. Maar soms vraag ik mij af of we onderweg niet ook iets verloren zijn. Want wie ooit rustig naast een bijenvolk heeft gezeten, zonder iets te willen doen of te begrijpen, kent misschien dat gevoel. Dat er méér aanwezig is dan duizenden insecten. Dat er een soort samenhang bestaat die groter is dan de afzonderlijke bijen. Een sfeer. Een veld. Een aanwezigheid.
Ik heb het vaak geprobeerd te beschrijven, maar woorden schieten tekort. Het is alsof er een zachte helderheid rond het volk hangt. Niet zichtbaar zoals zonlicht zichtbaar is, maar wel voelbaar. Alsof het volk zelf een bron van orde, rust en levenskracht is.
Misschien is dat de reden waarom de vraag mij al zo lang bezighoudt.
In mijn werk met bijen, kruiden en natuurimkeren ontmoet ik telkens opnieuw iets wat niet volledig verklaard kan worden. Natuurlijk zie ik de biologie. Ik zie de dans van de werksters, de bouw van de raat, het wonder van de koningin en de perfectie van hun samenwerking.
Maar daarnaast ervaar ik nog iets anders. Een bezieling. Alsof de Imme meer is dan de som van haar delen. Ik ben niet de eerste die dat vermoedt.
Doorheen de geschiedenis hebben mensen de bij namelijk vaak beschreven als een wezen dat verbonden is met licht, inspiratie en levenskracht.
Binnen de antroposofie sprak Rudolf Steiner over het bijenvolk als een warmte- en lichtwezen. Hij zag het volk niet als een verzameling losse dieren, maar als een levend organisme waarin warmte, ritme en orde samenkomen. Voor hem was de raat niet zomaar een constructie van was, maar een vorm waarin iets van de ordenende krachten van de natuur zichtbaar wordt.
Ook binnen de biodynamische imkerij vinden we een gelijkaardige gedachte terug. Daar wordt de Imme vaak gezien als een wezen dat de verbinding bewaart tussen aarde en zon, tussen materie en levenskracht. Niet iedereen zal zich daarin herkennen, maar het is een beeld dat mij diep raakt. En niet alleen in de antroposofie vinden we dergelijke verhalen.
In oude Slavische en Baltische tradities werden bijen verbonden met de ziel van het landschap. Ze werden gezien als boodschappers tussen werelden, als dragers van levenskracht en bewustzijn. In de Griekse mythologie komen de Melissae voor, priesteressen die met de wijsheid van de bij werden verbonden.
Misschien zijn dat slechts symbolen. Misschien ook niet.
Wat ik bijzonder vind, is dat zoveel verschillende culturen onafhankelijk van elkaar iets soortgelijks voelden wanneer zij naar bijen keken. Niet alleen bewondering. Maar ontzag.
De wetenschap gebruikt andere woorden.
Wetenschappers spreken niet over lichtwezens. Zij beschrijven hoe bijen lichtpatronen waarnemen, zich oriënteren op de zon, gevoelig zijn voor elektromagnetische signalen en leven volgens een verbluffende geometrische orde.
Dat zijn andere woorden. Maar soms vraag ik mij af of ze naar hetzelfde mysterie kijken vanuit een andere deur. Want wat is licht eigenlijk? Alleen een fysisch verschijnsel? Of ook een ervaring van helderheid, harmonie en verbinding?
Wanneer ik op een warme zomeravond naast een kast zit en het volk rustig hoor ademen, dan voel ik soms iets dat ik alleen maar als licht kan omschrijven. Niet zichtbaar licht. Maar levend licht. Een kwaliteit van aanwezigheid. Een gevoel dat alles even klopt. Misschien projecteer ik dat op de bijen. Misschien is het mijn eigen verlangen naar verbinding. Of misschien gebeurt er werkelijk iets wat zich moeilijk laat vangen in woorden. Ik weet het niet. En eerlijk gezegd hoeft dat ook niet. Want deze vraag vraagt voor mij niet om een sluitend antwoord. Ze nodigt uit tot een andere manier van kijken.
Niet alleen naar wat bijen doen. Maar naar wat zij zijn. Niet alleen naar honing, bestuiving en productie. Maar naar ritme, orde, schoonheid en aanwezigheid. Sinds ik imker ben geworden, voel ik steeds meer dat de belangrijkste lessen van de bijen niet uit boeken komen. Ze ontstaan in stilte. Wanneer je blijft staan. Wanneer je luistert. Wanneer je kijkt zonder onmiddellijk te willen verklaren.
Is de Imme een lichtwezen?
Ik weet het niet. Maar wanneer ik tussen de kasten sta in het zachte avondlicht, wanneer duizenden bijen samen één adem lijken te vormen, dan begrijp ik waarom onze voorouders die vraag stelden.
En misschien is het voldoende dat wij haar opnieuw durven stellen.
Reactie plaatsen
Reacties