Hebben we dit allemaal nodig?

Gepubliceerd op 1 november 2026 om 12:25

Vanmorgen opende ik mijn mailbox.

Het wis begin november. Buiten hangen de  bladeren nog aan de bomen. De tuin maakt zich langzaam klaar voor de winter. De bijen zijn zich aan het terugtrekken in een wintertros. De natuur vertraagt.

Mijn mailbox blijkbaar niet.

Nog voor de eerste kop thee op tafel staat, komen de berichten binnen. "Vroege Black Friday." "Pre-Black Friday." "Exclusieve toegang." "Nog grotere kortingen." 

Ik moest even glimlachen. Black Friday ligt nog weken voor ons, maar de koopgekte lijkt elk jaar vroeger te beginnen. Wat ooit één dag was, is ondertussen uitgegroeid tot een hele week, een hele maand, soms bijna een volledig seizoen van aanbiedingen. De winkels buitelen over elkaar heen om als eerste onze aandacht te trekken. Alsof we voortdurend het gevoel moeten hebben dat we iets missen.

En misschien was dat precies de vraag die in mij opkwam.

Wat missen we eigenlijk? Hebben we werkelijk nog iets nodig? Of zijn we ondertussen vergeten wat "nodig hebben" betekent? Dat klinkt misschien eenvoudig, maar zodra je erover nadenkt blijkt het verrassend moeilijk. Een dak boven je hoofd is een behoefte. Voedsel is een behoefte. Warmte, veiligheid, gezondheid, verbondenheid met andere mensen, liefde, betekenis, rust. Dat zijn dingen waar een mens niet zonder kan.

Maar waar ligt de grens? Heb je één jas nodig of vijf? Heb je een telefoon nodig of elk jaar een nieuwe? 

Heb je een televisie nodig van twee meter breed? Soms vraag ik me af hoe groot mijn woonkamer zou moeten zijn om nog te kunnen volgen wat er allemaal op het scherm gebeurt zonder voortdurend mijn hoofd te moeten draaien.

 Heb je een keukenrobot nodig die dertig functies heeft terwijl je de helft ervan nooit gebruikt? Het antwoord zal voor iedereen anders zijn. Wat voor de ene persoon overbodig lijkt, kan voor een andere persoon waardevol zijn. 

Daar gaat het niet om. De echte vraag is misschien niet: "Heb ik dit nodig?" De echte vraag is: "Verrijkt dit werkelijk mijn leven?" Dat zijn twee heel verschillende dingen.

Ik zie soms mensen die een prachtig stuk gereedschap kopen waar ze jarenlang mee werken. Ik zie ambachtslieden die investeren in kwaliteit omdat ze daarmee iets moois creëren. Ik zie gezinnen die sparen voor een reis die herinneringen oplevert voor de rest van hun leven. Daar is niets mis mee. Waarde mag gewaardeerd worden. Kwaliteit mag geld kosten. Schoonheid heeft haar plaats. Maar ergens zijn we ook terechtgekomen in een wereld waar bezit vaak een doel op zich lijkt te worden. Meer opslagruimte. Meer dozen. Meer gadgets. Meer abonnementen. Meer spullen die gekocht, onderhouden, opgeladen, geüpdatet en uiteindelijk vervangen moeten worden. 

En vreemd genoeg lijken we er niet rustiger van te worden. Integendeel. 

Soms vraag ik me af of veel mensen niet harder werken om steeds meer spullen te kunnen kopen, terwijl diezelfde spullen hen vervolgens minder tijd laten om van het leven te genieten.

Wanneer is genoeg eigenlijk genoeg? Dat is geen economische vraag. Dat is een levensvraag. 

De natuur geeft daar een opmerkelijk antwoord op.

Een eik probeert niet om de grootste boom van het bos te worden ten koste van alles. Een merel verzamelt geen duizend nesten voor de zekerheid. En een bijenvolk slaat geen honderden kilo's honing op omdat het misschien ooit van pas zou kunnen komen.

De natuur kent overvloed, maar ze kent ook grenzen.

Een bijenvolk verzamelt wat nodig is om de winter door te komen. Niet uit hebzucht, maar uit wijsheid.

Dat fascineert me telkens opnieuw. In het voorjaar breidt het volk uit. In de zomer verzamelt het nectar. In de herfst vertraagt alles. In de winter wordt er geleefd van wat er aanwezig is.

Het ritme van nemen en bewaren staat altijd in verhouding tot wat werkelijk nodig is.

Misschien is dat precies wat wij als mensen soms kwijtgeraakt zijn.

Onze economie draait grotendeels op het idee dat er altijd méér nodig is. Meer groei. Meer verkoop. Meer consumptie. Meer verlangen. Want als iedereen tevreden zou zijn met wat hij al heeft, zou een groot deel van het systeem stilvallen. En toch denk ik dat de meeste mensen diep vanbinnen niet verlangen naar meer spullen. Ik denk dat ze verlangen naar meer rust. Meer zekerheid. Meer verbondenheid. Meer tijd. Meer betekenis. Dat zijn dingen die zich niet laten verpakken in een kartonnen doos. Ze worden niet geleverd door een koerier. Ze verschijnen niet in een reclamefolder. Je vindt ze in een wandeling door het bos. In een gesprek aan de keukentafel. In een tuin die bloeit. In een kop warme thee. In het gevoel dat je eigenlijk al rijk bent zonder het altijd te beseffen.

Misschien is dat waarom die stroom van aanbiedingen mij soms zo vermoeit. Niet omdat kopen verkeerd is. Niet omdat handel verkeerd is. Ook ik verkoop producten. Ook ik weet dat werk waarde heeft en dat mensen eerlijk beloond mogen worden voor hun vakmanschap. Maar ergens bekruipt mij het gevoel dat we voortdurend worden aangemoedigd om een leegte op te vullen die niet met spullen gevuld kan worden. Alsof geluk zich net achter de volgende aankoop bevindt. Alsof tevredenheid nog één bestelling verder ligt. Terwijl de natuur mij telkens iets anders toont.

Een boom groeit niet sneller omdat hij morgen nog groter wil zijn.

Een bij verzamelt geen nectar uit angst dat ze anders niet gelukkig zal worden.

Ze leven volgens een eenvoud die wij misschien vergeten zijn.

Misschien is de grootste luxe vandaag niet een grotere televisie, een nieuwere auto of nog een pakket aan de deur. Misschien is de grootste luxe het vermogen om te zeggen:

"Ik heb genoeg."

En misschien schuilt precies daarin een rijkdom die geen enkele Black Friday ooit in korting kan zetten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.