Waar de hemel in de honing ontwaakt

Gepubliceerd op 11 februari 2026 om 09:08

Wanneer ik naar mijn gistingsfles kijk, zie ik geen drank.

Ik zie een landschap.

Drie maanden lang heeft alles bewogen, gedanst, gewerveld, tot het leven zelf moe werd en neerdaalde.

 

Nu ligt het daar: een wolkendek, zacht en stil, alsof de hemel zelf is gezakt tot op de bodem van mijn fles.

En ik sta erboven, kijkend in een helder gouden luchtlaag die pas zichtbaar werd toen de storm ging liggen.

 

Ik herinner me hoe het begon.

Honing — zonlicht dat door bijen werd gedragen.

Water — de adem van de aarde.

Gist — dat kleine, onzichtbare volk dat weet hoe je iets laat worden.

 

Ik bracht ze samen,

niet als ingrediënten,

maar als metgezellen in een oud verhaal.

En toen begon het te bruisen, alsof er een ster werd geboren in mijn keuken.

 

Dagen werden weken,

weken werden maanden,

en langzaam zakte alles neer.

Wat ooit een wervelende hemel was, werd nu een wolk die rust vond.

 

En ik, ik kijk ernaar alsof ik boven de wolken sta.

Alsof ik even dat punt raak

waar hemel en aarde elkaar niet meer tegenspreken.

 

Misschien is dat het hemelse van mede:

dat het niet alleen verandert,

maar ook mij verandert.

 

Dat ik, terwijl ik straks overhevel,

niet alleen een drank optil,

maar ook een verhaal dat rijpte in stilte.

 

Een verhaal van honing die licht werd,

van water dat herinnerde,

van gist die leven schonk,

en van mij, die nu boven het wolkendek staat

en proeft hoe het paradijselijke soms gewoon in een fles kan ontstaan.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.