deel drie van een lichaam dat zijn eigen waarheid begint te spreken
Er is een moment waarop je beseft dat de perimenopauze niet alleen iets is dat in je lichaam gebeurt.
Het gebeurt in je energie.
In je ziel.
In je onderbewuste.
In de plekken waar je nooit eerder durfde kijken.
Het is alsof er een sluier wegvalt.
Niet één keer.
Maar elke dag opnieuw.
Laag na laag.
Tot je jezelf ziet zoals je werkelijk bent.
En dat beeld is soms confronterend.
Soms pijnlijk.
Soms wild.
Maar vooral: echt.
De spirituele laag waar niemand over praat
Niemand vertelt je dat je intuïtie in deze fase niet gewoon sterker wordt — ze wordt onontkoombaar.
Je voelt dingen nog voor ze gebeuren.
Je weet dingen zonder uitleg.
Je lichaam reageert op energieën die anderen niet eens opmerken.
Je dromen worden boodschappen.
Je buik wordt een kompas.
Je hart wordt een antenne.
Het is geen zweverigheid.
Het is biologie die spiritualiteit ontmoet.
Het is een zenuwstelsel dat zo open staat dat het informatie opvangt die je vroeger wegfilterde.
En eerlijk? Het is soms beangstigend hoe juist het voelt.
De rauwheid van emoties die niet meer te temmen zijn
Er zijn dagen waarop emoties niet meer netjes in vakjes passen. Ze komen zoals ze komen:
-
rauw
-
eerlijk
-
ongefilterd
-
zonder toestemming te vragen
Verdriet dat uit je botten lijkt te komen.
Woede die generaties oud is.
Blijdschap die je hele borstkas vult.
Liefde die je bijna doet wankelen.
Het is niet “overdreven”.
Het is niet “te veel”.
Het is niet “hormonaal drama”.
Het is je lichaam dat zegt: “Ik ga niets meer vasthouden dat niet van mij is.”
En dus laat je los.
Soms huilend.
Soms lachend.
Soms schreeuwend in de auto of op de fiets.
Soms schrijvend tot je vingers tintelen.
De natuur wordt een spiegel
Ik merk dat ik steeds vaker naar buiten trek.
Naar de tuin.
Naar de natuur.
Naar de bijen.
Naar de kruiden.
Naar de aarde.
Niet om te ontsnappen.
Maar om te herinneren.
De natuur is de enige plek waar mijn zenuwstelsel niet hoeft te doen alsof.
Waar ik niet hoef te filteren.
Waar ik niet hoef te presteren.
Waar ik gewoon mag zijn.
De bijen leren me ritme.
De kruiden leren me zachtheid.
De zaden leren me geduld.
De aarde leert me grenzen.
De wind leert me loslaten.
En ergens, diep vanbinnen, voel ik: dit is de taal die mijn lichaam altijd al sprak.
De humor die je nodig hebt om niet te ontploffen
Want laat ons eerlijk zijn: soms is het allemaal gewoon hilarisch.
Je staat in de keuken en vergeet waarom je daar bent.
Je huilt omdat je een mooie bloem ziet.
Je wordt boos op een geluid dat niemand anders hoort(waarom slaan die airco's van de hele buurt pas 's nachts aan?).
Je voelt de energie van iemand die nog niet eens binnen is.
Je ruikt een geur die niemand anders ruikt.
Je brein maakt 27 scenario’s voor iets dat nog niet eens gebeurd is.( leve mij pauwenstaart, leve de fractalen)
En dan denk je: “Serieus? Dit is mijn leven nu?”
Ja.
En het is oké.
Want als je er niet om kunt lachen, dan word je gek.
En eerlijk: soms is het gewoon te absurd om niet te lachen.
De vrouw die tevoorschijn komt
Onder alle lagen, onder alle prikkels, onder alle chaos, onder alle gevoeligheid, onder alle storm… komt er iemand tevoorschijn die ik herken en toch nooit eerder zo helder zag.
Een vrouw die:
-
voelt
-
weet
-
ziet
-
creëert
-
begrenst
-
transformeert
-
durft
-
leeft
Niet half.
Niet voorzichtig.
Niet aangepast.
Maar volledig.
En dat is misschien wel het grootste geschenk van deze hele fase.
Dit is geen crisis. Dit is een initiatie.
Een overgang.
Een rite de passage.
Een ontmanteling van alles wat niet meer klopt.
Een geboorte van alles wat je altijd al was.
En ik schrijf dit omdat ik weet dat er vrouwen zijn die dit lezen en denken: “Ik herken mezelf.”
En dat is genoeg.
Dat is alles.
Een dankwoord aan mijn gezin
Te midden van al mijn stormen, mijn vulkanen, mijn diepe dalen en mijn zonovergoten pieken… staat mijn gezin.
Ze hebben me gezien in elke versie van mezelf.
In de vrouw die ik was.
In de vrouw die ik word.
In de vrouw die ik soms nog niet begrijp.
Ze hebben moeten meebewegen met elke nieuwe golf, elke nieuwe laag die zichtbaar werd, elke nieuwe ik die zich aandiende.
Ze hebben mijn stilte gedragen.
Mijn chaos.
Mijn gevoeligheid.
Mijn intensiteit ( vooral dit!).
Mijn groei.
En toch blijven ze.
Liefdevol.
Aanwezig.
Eerlijk.
Menselijk.
Ik ben dankbaar voor wie ze zijn.
Voor hoe ze kijken.
Voor hoe ze voelen.
Voor hoe ze mij zien, zelfs wanneer ik mezelf even kwijt ben.
Ze zijn een toevoeging aan het leven hier op aarde.
Een reden om zachter te worden.
Een reden om te blijven groeien.
Een reden om te blijven liefhebben.
En vreemd genoeg — of misschien net heel logisch — hou ik nu, in deze menopauzale storm, nog zoveel meer van hen.
Reactie plaatsen
Reacties